NEDERLANDSCHE BIOGRAAF EN MUTOSCOPE MAATSCHAPPIJ

historique

Jean-Claude SEGUIN

La Nederlandsche Biograaf & Mutoscope Maatschappij
(1898-1902)

Avant que la Nederlandsche Biograaf & Mutoscope Maatschappij ne soit constituée, un biograph est présenté au cirque Carré d'Amsterdam qui vient d'engager la troupe de M. Leo L. Lewin. Le 19 août, une séance est organisée pour la presse avant l'inauguration publique qui est prévue pour le lendemain. Quelques jours plus tard, des vues sont tournées aux Pays-Bas, pour le compte de la British Biograph, à l'occasion du couronnement  de la reine Wilhelmina (6 septembre 1898). D'autres bandes sont alors impressionnées : Bath SceneThe Boulevard of ScheveningenDutch Fishing Boats et Dutch Fishing Fleet Leaving Harbour. Le cinématographiste anonyme de ces vues est déjà probablement en rapport avec l'International Mutoscope & Biograph Syndicate.

La Nederlandsche Biograaf & Mutoscope Maatschappij sous la direction de Daniel Louis Uÿttenboogaart (1898-1900) 

C'est en décembre 1898 que la Nederlandsche Biograaf- en Mutoscope Maatschappij est constituée. La presse offre un résumé des statuts de la société et de ses objectifs financiers : 

De Nederlandsche Biograaf- & Mutoscope- Maatschappij, te vestigen te Amsterdam, onder directie van den heer mr. D. L. Uyttenboogaort [sic]. Van het maatschappelijk kapitaal ad ƒ 600.000, in aandeelen van ƒ 1000, zijn ƒ 300,000 geplaatst en worden f 300,000 uitgegeven. Do inschrijving daarop is opengesteld op Woensdag 14 December, tot den koers van 105 pCt., bij de heeren Hartsinck & Co., te Amsterdam, Jan van der Hoop & Zoon, te Rotterdam, E. Penn & Co., te 's-Gravenhage, Van Ranzow & Co., te Arnhem. De storting moet plaats hebben op 28 December.
Het doel der maatschappij is het uitsluitend recht te verkrijgen voor Nederland en koloniën voor de exploitatie van de reeds bekende Biographes en Mutoscopes van "The International Mutoscope & Biograph Syndicate" te New-York.
Met de "International Mutoscope & Biograph Syndicate" te New-York werd het volgende overeengekomen:
Voor het recht van exploitatie der bedoelde toestellen ontvangt voornoemd syndicaat van de op te richten Nederlandsche Maatschappij ƒ 300,000 in aandeelen en f 35,000 in contanten, uit welke laatste het Ameiikaansch syndicaat alle kosten van oprichting der Nederlandsche maatschappij betaalt.
De resteerende ƒ 265,000 zijn voldoende om in het bezit te komen van 1000 mutoscopen, 5 biographes compleet, benevens behoorlijk werkkapitaal.
Een groot voordeel is zeker dat de ontvangsten en dus ook de winsten reeds op 1 December jl. zijn ingegaan.
Men berekent dat in Nederland minstens 1000 en in de koloniën 200 mutoscopen met voordeel te plaatsen zijn, wáár noodig automatisch in te richten.
De gemiddelde dagelijksche ontvangst gedurende 60 dagen in Amsterdam was ƒ 3.20 per toestel.
Bruto ontvangst op 1000 Mutoscopcs gerekend à ƒ 1.20, in plaats ƒ 3.20 per dag ƒ 438.000, id. op 5 Biographes gerekend à ƒ 1200 in plaats ƒ 2400 per maand ƒ 72,000, te zamen ƒ 510,000, af exploitatiekosten circa 25 pCt, ƒ 127,500, blijft ƒ 382,500.
Bij de winstverdeeling ontvangen aandeelhouders 6 pCt. is ƒ 36,000.
Van het overblijvende 25 pCt. voor de reserve totdat deze het cijfer van ƒ 600,000 zal hebben bereikt, waarna deze 25 pCt. ten bate der aandeelhouders komen.
Van het dan overblijvende komen aan de directie 5 pCt., commissarissen 10 pCt., aandeelhouders 85 pCt.


Algermeen Handelsblad, Amsterdam, samedi 10 décembre 1898, p. 

biograff mutoscope 1898 actions
Provinciale Noordbrabantsche en's Hertogenbossche courant, samedi 10 décembre 1898, p. 4.

Le directeur de la nouvelle société est Daniel Louis Uÿttenboogaart. Elle est constituée sous l'égide de l'International Mutoscope & Biograph Syndicate de New York. Son capital est fixé à 600.000 florins et son objet est de détenir les droits exclusifs d'exploitation des biographes et des mutoscopes pour les Pays-Bas et les colonies néerlandaises. Parmi les collaborateurs ou responsables de l'entreprise on compte Edward B. Mills. Dans les derniers jours de l'année, une nouvelle salle est inaugurée au nº 105 de l'Utrechtsestraat d'Amsterdam où neuf mutoscopes présentent des vues animées :

Zoo heeft thans de „Nederlandsche Biograaf- en Mutoscope-Maatschappij" in perceel 105 in de Utrechtschestraat de gelegenheid opengesteld om met de levende beelden, welke den Paus te zien geven in verschillende verrichtingen, kennis te maken. Het getal beelden, of liever: afbeeldingen, bedraagt negen, in evenzoovele automatisch werkende machines voorgesteld. Men werpt een daarvoor te koopen penning in een gleuf, legt het oog voor een kijkglas en draait aan een handvat. Na eenige oogenblikken valt een schuif weg en opent zich als ware het een lijvig photographie-album, dat snel zijn photographieën afwikkelt — elke photographie wordt slechts 1/18 seconde verlicht — en daardoor de beweging der figuren doet ontstaan.


De morgenpost, Amsterdam, samedi 31 décembre 1898, p. 2.

Outre ce "Mutoscope parlor", la société inaugure également, quelques jours plus tard, une salle de projections à La Haye, au nº 41 de la Wagenstraat :

De Nederlandsche Biograaf- en mutoscope maatschappij te Amsterdam heeft thans ook alhier eene inrichting geopend. Het vroegere kerkgebouw Wagenstraat 41, dat later als wielrijschool werd gebruikt, is thans door de Maatschappij in gebruik genomen en Zondagavond werden aldaar eenige uitgenoodigden ontvangen, die de photographieën van de Inhuldigingsfeesten, de vaart van het verongelukte schip de Maine iut de haven van New-York, een spoorweg-panorama en eenige humoristische tafreeltjes met genoegen aanschouwden.


De avondpost, mercredi 11 janvier 1899, p. 5

Il en va de même avec Rotterdam où deux salles présentent des mutoscopes également en janvier :

Nederelandsche Biograaf- en Mutoscope-Maatschappij.
De Mutoscope, bevattende tal van fraaie en grappige afbeeldingen, is alhier in werking te zien Hoogstraat 261, bij de Viaduct en in de Bodega, 9e Etage, van bet Witte Huis.
Zij, die in hunne inrichtingen Mutoscopen wenschen te plaatsen, kunnen zich omtrent de conditiën wenden tot het Agentschap der Nederl Biogr. en Mutosc. Mij., te Rotterdam, Toerijstuin 14.


De Maaschode, Rotterdam, jeudi 19 janvier 1899, p. 4. 

Dès le 21 janvier 1899, des modifications sont introduites dans les statuts, auprès du notaire J. F. Wertheim1 et le droit d'exploitation est confirmé par les différents représentants de l'International Mutoscope and Biograph Syndicate :

Nederlandsche Biograaf en Mutoscope-maatschappij te Amsterdam. Duur: tot 31 Dec. 1930. Kapitaal f 600,000, verdeeld in aandeelen van 1000, alle geplaatst. Als storting op de 300 aandeelen, waarvoor wordt deelgenomen door de heeren E. B. Koopman te Londen, H. Casler, H. Norton Marvin en W. L. K. Dickson te New-York, handelende onder den naam "The International Mutoscope and Biograph Syndicate", wordt ingebracht het uitsluitend recht van exploitatie in Nederland en in de koloniën en bezittingen van Nederland in andere werelddeelen va alle door hen gepatenteerde en nog te patenteeren nitvindingen en toestellen. Benoemd tot directeur mr. D. L. Uyttenbogaard; tot commissarisen, mr. B. R. W. A. baron Sloet van Hagendorp, A. Mesritz, dr. E. D. Pijzel, te Amsterdam, C. F. Meek en E. B. Koopman.


Algeneen Handelsblad, Amsterdam, jeudi 23 février 1899, p. 3.

Le réseau de salles s'étend à une nouvelle ville, Dordrecht, où le "Bio" ouvre, en avril 1899, sur la Voorstraat. Il s'agit d'un lieu d'exposition où sont également installés des mutoscopes :

In de Voorstraat te Dordrecht, vlak bij het Schefferplein, op de gunstigste plaats der stad, is een eigenaardige zaal geopend door de Nederlandsche Biograaf en Mutoscoop Maatschappij, te Amsterdam, ingericht in den geest van de Engelsche Show-Halls. Men kan daar wand- of grandvlakte huren niet alleen tot het maken van reclame, maar ook tot het uitstallen (met recht tot verandering) va zijne artikelen. Zelfs kan men overeenkomen, dat hetgeen men ten verkoop heeft aldaar verkocht wordt. De zaal - Bio genoemd - is dus feitelijk eene doorloopende tentoonstellings- en reclamezaal. Reeds hebben 17 Dordtsche firma's een plaatsruimte gehuurd. De mutoscopen met muziekautomaten zijn er en lokken meniggen tot een bezoek.


Het nieuws van den dag, Amsterdam, 19 avril 1899, p. 9.

Parmi les premières vues présentées, il y a la série prise au Vatican avec la figure du pape Léon XIII, mais peu de traces de vues locales, à l'exception de celles tournées en septembre 1898 pour le compte de la British Mutoscope and Biograph Company.

biograaf mutoscope 1899 programme
De Telegraaf, Amsterdam, dimanche 12 mars 1899, p. 4.

Un article de juin 1899 revêt un intérêt tout particulier car il évoque le tournage de plusieurs vues et le rôle décisif d'Edward B. Mills :

STADSNIEUWS. Biograaf. Door de Nederlandsche Biograaf- en Mutoscope-Maatschappij zijn Zondag j.l. te Haarlem de volgende opnamen gemaakt:
1. De aankomst van de gedeleerden ter Vredes-Conferentie aan het station.
2º Optocht van sjeezen met dames en heeren in nationaal costuum.
3º Optocht van met bloemen versierde rijtuigen.
4. De leden der commissie en jury met hunne dames, wandelende naar de Camera.
De ingenieur Mills der Maatschappij is Zondagavond met deze opnamen naar Londen vertrokken en kwam heden morgen terug, zoodat de best geslaagde opnamen reeds wellicht hedenavond en dus ook morgen in de Arena vertoond worden.


De Tijd, Amsterdam, mercredi 7 juin 1899, p. 2.

À l'occasion de la Conférence de la Paix à Haarlem, la Nederlandsche Biograaf a envoyé un cinématographiste pour prendre quelques vues qu'Edward B. Mills emporte à Londres pour leur développement. Parti le 4 au soir, il est de retour le 7 juin, ce qui donne une idée de la rapidité des opérations. Cela indique également la dépendance technique de la Nederlandsche Biograaf et le rôle sans doute décisif d'Edward B. Mills. En août ou septembre 1899, une nouvelle série de vues animées va être tournée afin d'illustrer une revue, De Nieuwe Prikkel. De cette collaboration, le journal De Telegraaf publie le témoignage de Jac. R, un témoin direct, qui fournit de nombreux détails :

UIT 'T MOEDERLAND
De eerste Nederlandsche film
A. Reyding verheugde zich reeds lang in een groote reputatie als revue-schrijver. Ieder najaar leverde hij een revue af, met de bestemming gedurende vele maanden avond aan avond te worden opgevoerd. Eerst met Kreukniet, directeur van het Salon des Variétés, later alleen.

Die van 1899 was zijn elfde en heette „De Nieuwe Prikkel.” Zij was er een van de reeks, die in het Grand Théâtre in de Amstelstraat werd vertoond. De regie was van Isouard van Lier.
In een revue vindt men al wat actueel is. In „De Nieuwe Prikkel” kwamen b.v. als de actualiteiten op tooneelgebied voor: „Ghetto” van Heyermans, de operette „Geisha” (bij Prot) en „Fuhrmann Henschel” (bij het Nederlandsch Tooneel).
Als nieuwigheden op ander gebied golden o.m.: de American Lunchroom, een kasregister en het Nieuwe Postkantoor.
Behoefte aan een nieuwen prikkel bleken onder meer te hebben — ofschoon dit niet als een nieuwigheid werd voorgesteld — de tooneelspeelkunst en het Tooneelverbond, die als duf en traag werden voorgesteld.
Wat wij van deze revue hebben overgehouden, is:
„Tolhuis, kiele, kiele!”
Reyding zag in, als niemand anders, dat ook zijn revues, die een sterken familietrek vertoonden, telkens weer een nieuwen prikkel noodig hadden.
Hij kende het vak; dus was zijn eerste zorg gewijd aan het vinden van clou's.
Voor zijn revue van '99 had hij de hand gelegd op het allernieuwste snufje: den Biograaf of Mutoscope.
De woorden cinema en bioscoop waren hier nog niet bekend, evenmin als film.
In het Nieuwe Postkantoor liet Reyding een congres houden, betrekking hebbende op de omstreeks denzelfden tijd uit Duitschland als „Ansichten” geïmporteerde briefkaarten.
De clou van deze revue werd gevormd door:
„De Levende Reuzenbriefkaarten, expresselijk voor dit stuk opgenomen.”
Zij werden aan het publiek voorgesteld door de „Nederlandsche Biograaf- en Mutoscopemaatschappij.”
De opnemingen waren te Amsterdam gedaan.
De voornaamste scène was die, waarin een gemeente-arts een ambtenaar, die zich ziek gemeld heeft, komt controleeren; een experiment, dat in die dagen hier juist schijnt te zijn ingevoerd, evenals de melodie van „Komm, Carolinechen, komm!”, waarop het koor als explicateur deze mutoscopische vertooning zou hebben te begeleiden.
Vóór ik hetgeen nu volgt ga vertellen, hecht ik eraan de verklaring af te leggen, dat het er mij allerminst om te doen is mijn jongeren beroepsgenoot Joh. Luger een vlieg af te vangen.
De zieke gemeente-ambtenaar was George Verenet; de controleerende gemeente-arts werd voorgesteld door den ondergeteekende; beiden op verzoek van den auteur.
Tusschen het opnemen van films van toen en thans heb ik nog maar weinig essentieel verschil kunnen opmerken. En toch is er één, en dat is er een van gewicht.
Wanneer ik nu iemand aan den slinger van een filmcamera van bescheiden omvang zie draaien, dan denk ik nog onwillekeurig aan het toestel, dat twee expresselijk hierheen gekomen Engelschen op den bewusten morgen naar het Paleis voor Volksvlijt hadden meegebracht op een sleeperskar.
Dat toestel woog minst genomen 500 kilo.
Waarom dat zoo zwaar moest wezen, weet ik niet, maar wel herinner ik mij, dat het een heele hijsch was het in het Paleis naar binnen te krijgen.
In het gebouw was het, volgens de operateurs, te donker en daarom liet Jan Maandag het kamerdecor en een ledikant, die reeds stonden opgesteld, naar den tuin overbrengen.
Daarheen werd ook de zware ijzeren kast versjouwd.
De casuspositie werd door den auteur even uiteengezet.
Er werd een paar maal gerepeteerd.
Toen kon worden gedraaid.
Verenet, in een wit hemd en met een doek om het hoofd, lag te bed.
Hij trok een afgrijselijk ziek gezicht en acteerde in overeenstemming met den tekst, dien Reyding op de maat van „Komm, Carolinechen!” aangaf.
De geneesheer kwam op — geplakte baard, gouden bril, gekleed jasje, hooge hoed — zooals een dokter, die zich respecteerde, er toen nog geacht werd uit te zien.
Hij hoorde de klachten van Verenet aan, voelde diens pols, bekeek zijn tong en, als het libretto genaderd was tot de woorden:
„Hij percuteert en ausculteert,”
dan maakte hij gebruik van de beide handrequisieten, waarvan de regie hem had voorzien: een percussiehamer en een stethoscoop.
Na een volgenden versregel, die, naar ik meen mij te herinneren, luidde:
„Ik weet al wat jou mankeert,”
krabbelde de dokter iets op een receptepapiertje en werd door de deur een kop chocolade aangereikt.
Verenet dronk, en uit zijn levendige mimiek bleek, dat het hem smaakte en hij zich plotseling beter gevoelde.
Op den kop stond met duidelijke letters:
„Van Houten.”
De drie Van Liertjes waren handige zakenlui.
Naar ik later vernam — en ik heb geen bezwaar het nu verder te vertellen — had men er op deze wijze een reclame van gemaakt voor de Weesper cacaofabriek Van Houten, die als tegenprestatie de kosten van de bioscoopvertooning voor haar rekening nam.
En het was geen goedkoope reclame ook, want de kosten van het filmpje, dat slechts een paar minuten lang was, waren inderdaad vrij belangrijk.
De opname was direct gelukt.
Wij konden ons afschminken en tien minuten later liepen wij op het Frederiksplein.
De eerste Nederlandsche film was er.
George Verenet was de eerste Nederlandsche filmacteur en schrijver dezes de eerste Nederlandsche film-dilettant.
(Tel.) Jac. R.
De Sumatra post, jeudi 23 septembre 1920, p. 12 [repris du journal De Telegraaf].

Un an plus tard, une nouvelle prise de vue a lieu à Leyde.

1900 leidsche
De Leidsche maskerade (1900)

Entre temps, la situation de la société semble s'être considérablement dégradée et une assemblée générale extraordinaire est convoquée, le mardi 24 juillet 1900, afin d'examiner la situation de l'entreprise. Compte tenu de la gestion déficiente et des résultats déplorables, la démission du directeur est finalement acceptée, mais sans lui accorder pour autant le quitus complet :

Biograaf en Mutoscope. In de Dinsdag in "Eensgezindheid" gehouden buitengewone vergadering van aandeelhouders der Nederlandsche Biograaf- en Mutoscope-Maatschappij werd aan de orde gesteld het ontslag van den directeur, M. Uytenboogaart. Het bestuur stelde voor dit ontslag eervol te verleenen met décharge over het gevoerd beheer. Een der aandeelhouders verzette zich hiertegen; waar de exploitatie geen schaduw had opgeleverd van de in het prospectus voorgespiegelde uitkomsten, waar integendeel de aandeelhouders binnen een jaar tijds geheel van hun bezit beroofd waren, en waar b.v. het beheer in Indië bij gunstige recette zeer slordig is geweest, daar achtte spr. het wat erg den directeur, die ontslag vraagt, tevens geheel décharge te verleenen vóór men van zijn daden nog geheel op de hoogte is. Bovendien is nog te wachten een rapport van den accountant Latorf omtrent het onderzoek der boeken. Besloten werd het ontslag aan den directeur te verleenen onder voorbehoud van latere décharge.


De Tijd, Amsterdam, vendredi 27 juillet 1900, p. 6.

Edward B. Mills est nommé à la place de directeur, en remplacement de Daniel Louis Uÿttenboogaart :

Tot nieuwen directeur werd benoemd de neer Edward B. Mills.


Het Vaderland, mercredi 25 juillet 1900, p. 3.

La Nederlandsche Biograaf & Mutoscope Maatschappij sous la direction d'Edward B. Mills (1900-1902)

Dès sa nomination Edward B. Mills prend la mesure la situation délicate de l'entreprise. Preuve des problèmes que connaît alors la Nederlandsche Biograaf, le courrier envoyé le 20 août 1900 par le nouveau directeur afin d'être exonéré d'impôts pour l'immeuble situé 19, Utreschschestraat. Face au refus de l'administration fiscale, E. B. Mills forme un recours en faisant valoir qu'il a tenté d'exploiter le magasin de cet immeuble avec des résultats satisfaisants, mais compte tenu des lourdes pertes subies par l'entreprise, il a loué l'immeuble à Alex van Lier à compter du 15 septembre. Il ne conserve qu'un bureau situé au 1er étage. Mills est alors débouté. La presse va se faire l'écho des difficultés que connaît l'entreprise. Dès le mois de février 1901, la possibilité d'une liquidation est déjà envisagée. Une assemblée générale extraordinaire est convoquée. Elle fait état de l'imprudence financière de la société et Daniel Louis Uÿttenboogaart reste l'un des responsables déclarés de la situation :

In de Zaterdag te Amsterdam gehouden buitengewone algemeen vergadering van aandeelhouders der Nederlandsche biograaf- en mutoscope-maatschappij bleek uit het rapport van den heer G. F. Latorf over den toestand en het beheer der vennootschap, dat de administratie behoorlijk plaats heeft gehad, doch dat de financieele politiek onvoorzichtig was geweest. Het bestuur en de aandeelhouders waren de dupe van een Ameerikaansch syndicaat geworden. Op voorstel van mr. Lioni en Bouricius werd bewezen, dat aan den directeur mr. Uyttenbogaart volkomen décharge kon worden verleend. Zoo vóór 15 Februari a.s. het preferente kapitaal van f 1000,000 niet volteekend is, zal tot liquidatie der vennootschap worden overgegaan. Een rapport door een commissie over eventueele reorganisatie kan tegemoet gezien worden.


De nieuwe courant, La Haye, mardi 12 février 1901, p. 3

Edward B. Mills refait une nouvelle demande, en mars 1901, au sujet de l'exonération fiscale de l'immeuble qui est à nouveau rejetée1. Quelques jours plus tard, la presse annonce qu'il a finalement eu gain de cause :

Ingekomen is een Kon. besluit, waarin het beroep van E. B. Mills, namens de Nederl. Biograaf- en Mutoscope-Maatschappij te Amsterdam, tegen de beslissing van den directeur der directe belastingen aldaar, die zijn verzoek om ontheffing van personeele belasting voor perceel Utrechtsche straat 19 weigerde, engegrond wordt verklaard.


Dagbad van Zuidholland en 's Gravenhage, Amsterdam, jeudi 4 avril 1901, p. 2.

Une nouvelle assemblée générale est convoquée, en juin 1901, afin d'émettre un emprunt obligataire d'un montant de 35 000 florins:

Op de buitengewone algemeene vergadering va aandeelhouders van de Nederlandsche Biograaf en Mutoscope Maatschappij, te Amsterdam, werd het voorstel van het bestuur tot wijziging van de statuten aangenomen en de directie gemachtigd tot het uitgeven eener obligatieleening, groot f 35,000. Op voorstel van het bestuur werd de jaarlijksche algemeene vergadering verdaagd tot 31 Juli a.s., des namiddags te 3 uur, te houden in het gebouw Een gezindheid, alhier.


Het nieuws van den dag, Amsterdam, lundi 3 juin 1901, p. 18. 

La situation est alors suffisamment grave pour que la société soit déclarée en faillite en juin 1902, mais le jugement est annulé en août :

FAILLISSEMENTEN
[...]
Door het Hof alhier vernietigd het faillissement van de Nederlandsche Biograaf- en Mutoscope-Maatschappij, gevestigd te Amsterdam.


 Hat nieuws van den dag, 26 août 1902, p. 18.

Finalement la faillite n'est pas prononcée, et la Nederalndsche Biograaf- en Mutoscope-Maatschappij est encore cotée en Bourse en 1913:

Beurs van Amsterdam.
[...]
De Nederlandsche Biograaf- en Mutoscope-Mij. te Amstardam samen 11.25.


De nieuwe courant, La Haye, mercredi 15 janvier 1913, p. 4. 

Sources

NAAMLOOZE VENNOOTSCHAP: Nederlandsche Biograaf-en Mutoscope-maatschapppij, te Amsterdam. Nederlandsche staatscourant, jeudi 23 février 1899, p. 140.

R. Jac, "Iut 't Moederland", De Sumatra post, jeudi 23 septembre 1920, p. 12.

Raad van State, 1901, Deel: 41, 1901, p. 153 et 181-182.

Contacts